De
molen van Pauluspolder
Beschrijving
van de molen
De molen van Pauluspolder was een korenmolen die werd gebruikt voor het malen van graan tot meel, bedoeld voor het bakken van brood of als veevoer. Het betrof een standerdmolen, een van de oudste typen windmolens in Nederland. Bij dit type kon de houten bovenbouw — de kast — geheel draaien op een verticale as, de standerd, zodat de wieken optimaal in de wind konden worden gezet. In Kloosterzande is tegenwoordig nog een soortgelijke standerdmolen te vinden.
De molen had een open voet, waardoor de constructie en de standerd goed zichtbaar waren. Deze open structuur maakte het geheel lichter én eenvoudiger te onderhouden. Opvallend voor de leeftijd van de molen is de mansardekap — een kap met een gebroken daklijn, waarbij het onderste deel steiler is dan het bovenste. Deze constructie, ook wel de “Franse kap” genoemd, was functioneel doordat zij extra ruimte bood onder de kap. Volgens een inventarisatie uit 1931 van Vereniging De Hollandsche Molen was de kap in 1924 bedekt met bitumen (“asfalt”). Oorspronkelijk waren dit waarschijnlijk schaliën van eikenhout. Als bijzondere toevoeging noemt men het takelluifeltje dat aan het dak werd gebouwd.
Molen vanaf rechterzijde 1924 door S.
Collot-d’Escury
Wat betreft het kruimechanisme betrof dit een zetelkruier, ook wel middenkruier genoemd. Bij dit type molen wordt een groot deel van de constructie op de voet gedraaid: in dit geval draait de volledige kast met wieken én het maalmechanisme mee. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld bovenkruiers, waarbij alleen de kap met wieken wordt gedraaid ten opzichte van een — vaak stenen — molenromp.
‘Ten Bruggecate-Fiche’ van Vereniging 'de
Hollandsche Molen’ 1931.