Aanvulling

Navigatie

Nog wat aanvullingen op gebeurtenissen en ervaringen uit de twinstigste eeuw. De eerste weliswaar van vertellingen opgevangen van de vorige generatie

1926: De eerste die mij is bijgebleven is het verhaal over de geweldige wateroverlast in 1926. Ik heb dat ook al gemeldt in mijn verhaal. Mijn vader was zo wat de enige die een paar knielaarzen had,hij kon daarmee nag net op de weg en op de boerderij lopen.Het gehucht Pauluspolder was wel droog maar aan de andere kant daarvan stond wel een kleine meter water op de straat Maar ook richting Vogelfort stond de weg en de omgeving blank.Een buurjongen Rene de Blok,ging te paard naar zijn vriendinnetje op bezoek,dat waren de dames Vermeulen, ze hadden toen een cafe,aan de andere kant van de polder.

1929: Het volgende is de strenge winter van 1929. Het heeft toen lange tijd hard gevroren,naar mij is verteld, wel tot in maart. Mijn vader had bij Markusse op de Groenendijk een pasgeboren kalf gekocht.Deze wilde dat zo gauw mogelijk kwijt, hij verkocht de melk aan de mensen in de omgeving van het dorp, zoals dat toen veel gebeurde. Een van de koudste dagen moest dat kalfje gehaald worden met kar en paard. Met heel veel stro op de kar en een dekzeil er overheen werd dat beestje vervoerd. Het kwam levend op de plek van bestemming, het was bijna helemaal zwart. Dat weet ik nog heel goed, omdat ze later als koe oud is geworden bij mijn vader op stal.

Dertiger jaren: In de dertiger jaren heeft mijn vader een kleine dorsmachine gekocht,met een stationaire een cilinder benzinemoter,jaren mee gedorsen. Later een tweewielige wiedmachine, kon dan een man het paard en de machine besturen. De vierwielige moest door twee man bediend worden een het paard en een de machine. In het voorjaar werd die veel gebruikt om machinaal in graan en bieten te schoffelen. Ook een apparaat dat vroeger veel gebruikt werd was een rolblok na het zaaien die van hout was, gewoon een goede rechte boomstam van ongeveer 65 centimeter middellijn. Later werd dat een ijzeren geval. In diezelfde jaren kwam er ook een zaaimachine om zelf de gewassen te kunnen zaaien, uitgezonderd vlas,daar moest je een machine voor hebben waar heel veel zaaipijpen aan zaten,om een korte afstand tussen de rijen te krijgen.

Tweede wereldoorlog: Op 10 mei 1940 brak de tweede wereldoorlog uit,ook voor Nederland. Dat was voor onze ouders de tweede oorlog die zij meemaakten. De laatste oorlog duurde voor het zuiden van het land tot najaar 1944,voorde rest van het land tot 5 mei 1945. Ook voor ons bracht dat heel veel beperkingen en zorgen mee. Vorderingen van mensen voor tewerkstelling in Duitsland, maar ook van vee en andere producten .In de avonduren en de nacht mocht je niet buiten zijn,soms al vanaf acht uur in de avond. In de jaren 1943 en 1944 was je verplicht om grote palen te planten op het land, ook in de gewassen. Rond Kloosterzande was daar aan de bovenkant prikkeldraad aan gespannen.Dat moest voorkomen dat er parachutisten van de geallieerden gedropt zouden worden. Voor het maken van die palen zijn alle populieren langs de dijken afgezaagd.
In ons gebied zijn we in september 1944 door de Polen bevrijd. Nog een aanvulling over het begin en het einde van de oorlog 1940/1945 speciaal, zoals beleefd in de Pauluspolder In die meidagen was het bijzonder prachtig weer.
Na ongeveer een week kwamen Franse militairen en Belgische naar Nederland,mogelijk om te helpen de Duitsers te verjagen,wat niet gelukt is. Ook in de Pauluspolder,en moesten ondergebracht worden bij de bevolking. Het hoofd van de school Rademaker kon Frans,en hij moest met enkele officieren dat voor elkaar krijgen. De schuur bij mijn vader was pas nieuw en deze werd aangewezen als hospitaal. In de woning heeft een paar nachten een hoge militair geslapen,met in de gang een soldaat die de wacht hield. In die zelfde dagen was er ook een gezin uit Breda met een kind ondergebracht bij ons als oorlogsvluchteling. De laatste dag van de oorlog was voor ons 19 september 1945 toen zijn wij bevrijd. Het was die morgen wat nevelig en wij hoorden voor ons vreemde geluiden,d at bleken dus de tanks van de bevrijders te zijn. Zij kwamen vanuit het zuiden Hulst en Axel. In het noorden, Kloosterzande zaten nog Duitse militairen, deze kwamen elkaar tegen op het Vogelfort, waar tijdens gevechtshandelingen drie boerenschuren in brand gingen. Er sneuvelde ook een Duitse militair, een bewoner kwam om bij het opruimen van het oorlogstuig.Nog een aantal Duitsers hadden zich vestopt in een bietenveld,maar zijn daar door bevrijders op aanwijzing van een plaatselijke burger, niet zachtzinnig uitgehaald.

Naast de ellende van de oorlog brachten ook de werken van de eerste ruilverkaveling veel moeilijkheden mee in de Pauluspolder. De werkzaamheden waren pas in 1947 klaar. Helaas is daarbij ook nog een dodelijk ongeluk gebeurd met karren op smalspoor, getrokken door een paard. Op landerijen onder de Margaretsedijk waren ze op die wijze grond aan het verplaatsen . Een man uit Boschkapelle die zijn laatste werkdag had voor zijn pensionering is daarbij om het leven gekomen. Zijn paard en zijn karren waren al versierd met bloemen,maar het mocht niet zo zijn.

In de oorlog zijn een paar buurgenoten bijna het slachtoffer geworden van de oorlog. Zij vonden in het land spullen die zij niet kenden. Het waren fosforgranaten vermoedelijk gegooid vanuit een vliegtuig. Ze bekeken het vreemde spul,en besloten om het maar in brand te steken,wat ook wel lukte.Het brandde naar hun gedacht toch wel erg hard en ze probeerden het met water te blussen. Gezien de zuurstof uit het water de brand alleen nog maar aanwakkerde kregen ze beiden behoorlijke brandwonden,wat voor hun fataal had kunnen aflopen,maar gelukkig is dat niet gebeurd.

1953: Op een februari 1953 werd Zeeland getroffen door de watersnoodramp.Dat kostte 1836 mensen het leven .Ook in Zeeuws Vlaanderen enkele tientallen. Wij werden op die zondagmorgen opgeroepen om in de Hengstdijkpolder gaten te helpen dichten met zandzakken.Dat was in de buurt van de boerderijen van de families van Esbroek. Op die ene boerderij stond het water bijna 1.75 hoog en lagen de beesten verdronken in de stal,en de boer en zijn gezin zaten op zolder,wachtende op hulp. Wij in de Pauluspolder zijn droog gebleven,maar door het onklaar raken van de uitwatering bij de Scheldedijk,kwam het water elke dag een klein beetje hager ongeveer enkele centimeters per dag. Eind februari stand het water bijna bij ons op de weg.Toen was het gat in de zeedijk bij Ossenisse gedicht,en gingen zij met een verhevelingsinstallatie het water over de dijk afvoeren in de Schelde.

Weersomstandigheden 1959 : In 1959 hadden we een bijzonder droog jaar,eind april viel de laatste regen,dat duurde tot begin oktober.Elke dag hoge temperaturen,zonder een onweersbui. Door de geweldige droogte konden er geen grondbewerkingen gebeuren na de oogst met de toenmalige materialen in de landbouw.

Als gevolg van die droogte en de vele regen in 1960, was de oogst van de aardapppels en de bieten zeer moeilijk. De grond had geen voldoende draagkracht om met machines te kunnen werken. Zelfs het uitploegen van de bieten met een bietennploeg getrokken door een paard ging niet meer.Dat jaar is de bietentang uitgevonden om de bieten te rooien. Voordien nooit van gehoord. Het afvoeren van de gerooide bieten,kon alleen nog met een slede gebeuren. Voor de aardappels zijn toen nog de militairen te hulp gekomen om ze met de hand op te rapen,wat toen wel is gelukt.

Najaar 1974 was het weer erg nat,en lieten de machines ons weer in de steek voor de aardappels.Bij de bieten ging het nog ,zij het met heel veel moeite. De militairen werden wederom ingeschakeld va or de aardappels, maar zij zijn eind november terug vertrokken. Aan de ene kant vanwege de slechte weersomstandigheden,aan de andere kant wegens de bijzonder slechte prijs van de aardappels. Het rooien door de militairen kostte meer dan de opbrengst ervan.
Er deed zich later in de natuur een bijzonder iets voor,heel de winter heeft het namelijk helemaal niet gevroren.In het voorjaar maart/april zijn de aardappelen nog allemaal machinaal gerooid.Zij zijn in grote hopen op het land tijdelijk opgeslagen en afgevoerd naar de aardappelmeelfabrieken in het noorden van het land Intussen was er een schaderegeling getroffen met de overheid voor de niet gerooide aardappels op een bepaalde datum. De gerooide in het najaar met veel kosten en moeite vielen daarbuiten,de betreffende telers waren daar beslist niet blij over.De anderen kregen naast de vergoeding nog ongeveer vier cent per k.g van de aardappelmeelfabrieken. In het voorjaar kon het gebeuren dat een boer op het ene perceel aardappels aan het rooien was,en een perceel daarnaast de volgende oogst aan het planten was Deze situatie heeft zich tot heden toe nog maar een keer voorgedaan,het zal misschien ook nooit meer gebeuren.

In 1980 was het in de maand oktober moeilijk om de aardappels te rooien.Daarbij kwam dat het van een op twee november een hele week hard vroor,zelfs midden op de dag kwam de temperatuur niet boven het vriespunt. Dat was fataal voor de aardappels die nog in de grond zaten en waren verloren voor de teler De bieten konden nog wel gerooid worden na de vorst,alleen wat dieper gekopt dus wat minder k.g naar de fabriek, maar die waren niet totaal verloren.

In het oogstjaar 1993 hadden we wederom problemen met het binnenhalen van de late producten zoals uien,bruine bonen en aardappels. Er stonden in de maand januari 1994 nog bruine bonen op de ruiters in het land Aan de buitenkant waren zij pikzwart,maar wanneer zij goed gezet waren,en niet beschadigd waren vanwege wind en regen viel de schade daaraan wel mee. Alleen om ze gedorsen te krijgen was een grote zorg.Op de meeste plaatsen kon de combine niet bij de ruiters komen.De enige manier was om ze met een ruiterdrager achterop een trekker ze van de akkers te halen,en op een redelijke drooge plek ze te dorsen. Maar ook dan zijn er weer aardappels en uien door de vele regen gerot op het land. Militairen om te komen helpen waren niet meer beschikbaar,er was namelijk geen dienstplicht meer.
Er is toen na veel praten toch uiteindelijk nog een schadevergoeding gekomen maar daar is wel met de landbouworganisaties afgesproken dat het absoluut de laatste keer zou zijn dat er een vergoeding vanuit de overheid betaald zou worden voor schades onstaan door slechte weersomstandigheden. Van hun kant stelden zij voor om maar een mogelijkheid te zoeken voor een verzekeringsvorm voor dit soort schades.Na vele onderhandelingen over hoe en wat zal dat in 2010 zijn beslag krijgen De premie daarvoor ligt echter wel heel hoog,dat is voor veel telers nog een zeer hoge drempel.
Maar door allerlei klimatologische omstandigheden,zoals de opwarming van de aarde,komen er steeds meer natuurrampen voor. Dan valt er extreem veel regen of de andere kant extreme droogte met grote schades tot gevolg.