Noodlanding in de Hooglandpolder, gemeente Ossenisse

Int.51 19-01-‘18 Ossenisse (Z, O.Z.Vl.)
Sopwith 1F.1 Camel
Clerget 130 pk, nr. 14801
RFC No. 42 (Training) Squadron te Wye, Kent.
Vlieger: Capt. Walter Biheller MC, geb. febr. 1899, overleden dec. 1932.

Voor dit toestel wordt de registratie C19 opgegeven, maar de C19 was nooit bij No. 42 Sq. Capt. Biheller was ca. 09.00 van Wye opgestegen voor een hoogtetestvlucht. Hij verdwaalde, kwam uit boven Nederland en landde ca. 11.00 in de Hooglandpolder in de gemeente Ossenisse. Hij werd geïnterneerd door de veldwachter van Hengstdijk.
Het toestel kwam uit de richting van Engeland, NIET uit de richting van België en werd NIET achtervolgd. Toen Biheller wilde landen zag hij mensen op het veld werken en trok nog even op. Na de landing stak hij zijn toestel in brand. Als gevolg daarvan gingen de mitrailleurs af. Het toestel was zo ver vernield dat de LVA het, op de motor na, niet kon identificeren.
Capt. Biheller kwam (onder geleide) op 20 januari aan in Den Haag, waar hij voorlopig werd ondergebracht in het Grand Hotel Central (dat niet meer bestaat). Hij had ook nog een valse naam opgegeven: Lt. James Walter Brans, geboren op 19 juni 1894 te Birmingham. Dat gaf verwarring, voor beide namen werd een formulier ingevuld, en het vliegtuig werd aangezien voor een tweezitter. Biheller werd opgevangen door kennissen van de familie.

Eind februari is Biheller, die tevoren door zijn instructeurswerk en het meemaken van ongevallen al zeer gespannen was, geestelijk ingestort. Hij werd hierdoor verlamd, blind en doof en verloor zijn spraakvermogen. Zijn nederlandse relaties regelden, dat hij werd behandeld door de wereldvermaarde neuroloog Prof. Cornelis Winkler. Op 19 sept. 1918 meldt het DvO aan BuZa, dat Lt. Biheller uit internering zal worden ontslagen. Hij kwam op 23 september terug in Engeland, met een Nederlandse verpleegster. Eind 1920 was hij hersteld.
Biheller werd na zijn vliegopleiding zeer snel bevorderd. In november 1917 was hij al captain. Vermoedelijk was die rang titulair, om de piepjonge Biheller (nog geen 19 jaar oud) als instructeur wat overwicht te geven op zijn leerlingen.

In februari 1918 heeft Biheller op papier van het Grand Hotel Central een verslag geschreven:

Na de start van Wye verdwaalde hij en kwam uit boven België, waar hij werd beschoten en geraakt. Hij maakte een noodlanding op een vliegveld bij Gent en reed daarbij doelbewust met zijn toestel op geparkeerde toestellen in. Drie Albatrossen gingen verloren. Biheller werd uit zijn Camel geslingerd en kwam bij in het hospitaal op het vliegveld, zwaar gekneusd en met een hersenschudding. Hij werd na enige tijd verhoord en wist zijn ondervragers te misleiden. Hij kende Duits maar liet dit niet blijken. Er was dus een tolk nodig en de dokter van de basis was ook aanwezig. Deze oordeelde dat Biheller nog niet vervoerd kon worden en dat zijn antwoorden gezien zijn toestand niet betrouwbaar konden zijn.
Na enkele dagen sloop Biheller 's-nachts het hospitaal uit (zijn kleren en bezittingen lagen nog bij de hand) en drong een hangar binnen. Daar trof hij enkele buitgemaakte toestellen, o.a. een Airco D.H.5. Hij maakte dit toestel startklaar en goot elders in de hangar benzine uit. Toen de hangardeuren werden geopend stichtte bij brand en startte direct, een grote verwarring veroorzakend. Wegens motorstoring moest hij na enige tijd landen en kwam zo op 23 januari in Nederland aan.


Dit verhaal werd in 1994 gepubliceerd in het familieblad "Saga", door John Hay, wiens moeder weduwe van Walter Biheller was. Wat de zin was van dit verhaal is niet duidelijk, wellicht tijdverdrijf want geïnterneerden hadden niets omhanden. Het is wel in de stijl van Biggles.



Foto's:
Walter Biheller’s Royal Aero Club Certificate photo, 1917 en Walter’s telegram to Simon Biheller at his business address in January 1918, zijn afkomstig van:
https://greatwarlondon.wordpress.com/2013/04/06/the-delusions-of-walter-biheller/